Mensen maken zich zorgen over van alles: werk, geld, gezondheid, het klimaat of dat ene appje naar die net iets te leuke dame of heer. En soms maken we ons zorgen over dingen die zó onwaarschijnlijk zijn dat het bijna knap is dat we er überhaupt aan denken. Want hoe groot is eigenlijk de kans dat je wordt geraakt door bliksem? Dat je wordt aangevallen door een haai? Of dat er een Boeing op je hoofd valt?
Bliksem:
Als filmregisseurs het voor het zeggen hadden, zou ongeveer iedereen minstens één keer in zijn leven door bliksem worden geraakt. In de werkelijkheid ligt dat iets genuanceerder. De kans dat je gedurende je leven door bliksem wordt getroffen wordt geschat op ongeveer 1 op 15.000. Dat klinkt klein, maar het betekent ook dat het af en toe daadwerkelijk gebeurt. Er lopen dus mensen rond die letterlijk kunnen zeggen dat ze ooit door een wolk zijn aangevallen. Dat is een indrukwekkend gespreksstarter.
Haaien snaaien niet (zoveel):
Voor veel mensen staat een haai ergens bovenaan het lijstje van irrationele angsten. Dat komt waarschijnlijk door films, nieuwsberichten en het feit dat tanden ter grootte van een sleutelbos er nu eenmaal intimiderend uitzien. Toch blijkt uit cijfers dat de kans om tijdens je leven te overlijden door een haaienaanval ongeveer 1 op 4,3 miljoen bedraagt. Met andere woorden: als je gaat zwemmen, is de kans aanzienlijk groter dat je je handdoek vergeet, je zonnebril kwijtraakt of een kwal tegenkomt dan dat een haai besluit dat jij onderdeel bent van zijn dieet. De meeste haaien lijken namelijk totaal niet geïnteresseerd in mensen. En eerlijk gezegd is dat wederzijds waarschijnlijk ook het beste.
Een Boeing op je hoofd:
Nu komen we bij de vraag die niemand stelde, maar die verrassend veel mensen toch willen weten. Hoe groot is de kans dat er een vliegtuig op je hoofd valt? Het antwoord is geruststellend: extreem klein. Vliegtuigongelukken zijn wereldwijd zeer zeldzaam, en dat geldt nog veel sterker voor vallende onderdelen die precies één willekeurig persoon raken. De kans dat je overlijdt door een vallend object wordt geschat op ongeveer 1 op 68.000 gedurende je leven. Dat omvat echter alles: boomtakken, dakpannen, gereedschap en andere objecten. Een specifiek vliegtuigonderdeel is slechts een fractie daarvan. Een kokosnoot is dodelijker
De loterij: hoop is sterker dan wiskunde
Vrijwel iedereen kent wel iemand die zegt: "Je weet maar nooit." Dat klopt. Maar statistiek weet vaak verrassend veel. Bij grote loterijen liggen de kansen op de hoofdprijs vaak rond de 1 op honderden miljoenen. Voor sommige jackpots is de kans zelfs kleiner dan de kans om meerdere keren door bliksem te worden getroffen. Toch blijven miljoenen mensen meespelen. Niet omdat de kans groot is, maar omdat dromen nu eenmaal goedkoper zijn dan een villa aan de Côte d'Azur.
De kracht van kleine kansen
Hier wordt het interessant. Wanneer mensen horen dat iets een kans heeft van 1 op een miljoen, denken ze vaak: "Dat gebeurt nooit." Maar zo werkt de wereld niet. Er zijn namelijk ontelbaar veel gebeurtenissen die elk afzonderlijk zeer onwaarschijnlijk zijn. De kans dat precies één specifieke rare gebeurtenis jou overkomt is klein. De kans dat er ooit íets vreemds, onverwachts of uitzonderlijks gebeurt in jouw leven is juist behoorlijk groot. Denk maar eens na. Hoeveel toevalligheden heb je al meegemaakt? Een oude bekende tegenkomen aan de andere kant van de wereld. Precies dezelfde gedachte uitspreken als iemand anders. Op het laatste moment een trein halen. Of juist missen omdat je nog even dacht dat je tijd genoeg had. Het leven zit vol met gebeurtenissen die achteraf onmogelijk lijken, maar statistisch gezien ergens moesten gebeuren.
Waarom we slechte risicobeoordelaars zijn:
Mensen zijn van nature niet bijzonder goed in het inschatten van risico's. We zijn vaak bang voor spectaculaire gebeurtenissen die bijna nooit voorkomen, terwijl we alledaagse risico's onderschatten. Een vliegtuigongeluk haalt wereldwijd het nieuws. Niemand schrijft een krantenartikel over iemand die zijn rug bezeert door een verkeerde houding op de bank. Terwijl dat laatste aanzienlijk vaker voorkomt. Onze hersenen houden van drama. Statistiek houdt van feiten. En die twee zijn niet altijd even goede vrienden.
Wat leren we van al deze kansen? Vooral dat de meeste dingen waar we ons zorgen over maken waarschijnlijk nooit zullen gebeuren. En dat veel dingen die uiteindelijk wél gebeuren, compleet onverwacht zijn. Dus als je vanavond wakker ligt omdat je bang bent voor bliksem, een haai of een vallend vliegtuigonderdeel, onthoud dan het volgende: De kans is veel groter dat je morgen iets ongemakkelijks doet waar je nog jaren af en toe aan terugdenkt.